Simpel gezegd: DNS (het domain name system) is het systeem dat ervoor zorgt dat namen worden omgezet in IP-adressen en IP-adressen weer in namen. Maar dat is iets te simpel. DNS doet nog veel meer dan dat. Over het algemeen gezegd worden er in DNS gegevens over domeinnamen opgeslagen. Dit kunnen IP-adressen zijn, maar ook namen van mailservers en zelfs vrije tekst.
DNS is een flexibel, hiërarchisch, gedistribueerd en redundant systeem. Juist. Voor de mensen die nog niet afgehaakt zijn nu: dat klinkt ingewikkelder dan het is.
Flexibel: Het is mogelijk om vele soorten informatie op te slaan in DNS.
Hiërarchisch: DNS is georganiseerd vanaf een hoogste punt, de DNS root. Onder de root liggen de zogenaamde toplevel domeinnamen zoals 'nl', 'com' en 'org'. Daar weer onder liggen de second level domeinnamen zoals 'linux' onder 'org'. Een ook daar weer onder liggen domeinnamen.
Gedistribueerd: elk subdomein kan op zijn eigen nameserver draaien. Het is dus niet nodig om alle informatie centraal op te slaan.
Redundant: elk domein behoort meerdere nameservers te hebben. De DNS root heeft er bijvoorbeeld 13 en het domein 'nl' heeft er op het moment van schrijven 7. Kleine en middelgrote domeinen hebben meestal twee nameservers.
DNS is opgebouwd uit zones, die elk één of meerdere (sub)domeinen kunnen bevatten.
En ik had me nog wel zó voorgenomen om een praktische handleiding te maken. Snel door naar het volgende hoofdstuk dus.