Als je meerdere Linux computers in een netwerk hebt, dan is het handig om een centrale sendmail server te maken. Deze server kan gewoon de configuratie draaien zoals die in de sectie installatie staat beschreven.
Om te zorgen dat op alle computers alle gebruikers bekend zijn, kun je een zogenaamde NIS (Network Information System, oftewel Yellow Pages oftewel yp) server opzetten. Een NIS server zorgt voor een centraal beheer van de namen en wachtwoorden. Als je NIS draait, en je hebt alle homedirectories centraal op een server staan, dan kunnen alle gebruikers op alle computers inloggen met overal hun eigen bestanden en instellingen.
Ik ga hier verder niet in op het opzetten van een NIS server, daar is een howto over, de NIS-HOWTO.
NFS (Network File System) stelt je in staat om directories tussen computers te delen. Om Linux computers mooi samen te laten werken, moet je de volgende directories delen:
De homedirectories van de gebruikers. Zijn natuurlijk noodzakelijk om in te kunnen loggen op een systeem.
De mailspool directory. Hierin wordt de mail opgeslagen die voor de lokale gebruikers bestemd is. Het is niet geheel noodzakelijk om deze directory te delen (de mail kan immers ook met pop3 of imap opgehaald worden), maar het is wel handig.
Linux programma's hebben nogal de neiging om mail te sturen naar de gebruiker met het programma "mail", bijvoorbeeld met:
echo Dit is een bericht | mail -s "Dit is het onderwerp" gebruiker
client.mc te gebruiken.
Het opzetten van deze mc gaat hetzelfde als bsmtp.mc: m4 client.mc >
/etc/sendmail.cf. Afhandeling van aliassen ed. wordt allemaal door de
centrale server gedaan.
Als je in je lokale netwerk een DNS server draait voor de adressen van de
lokale machines, dan is het niet nodig om /etc/service.switch aan
te passen. Ikzelf draai zelf een DNS server, en heb niet getest of je
/etc/service.switch ook op de clients moet plaatsen. Kwaad kan het
in elk geval niet ;-)
NIS kun je ook gebruiken om je /etc/hosts bestand te delen
over het hele netwerk, dus in een NIS netwerk is het niet extra handig om
een DNS server te draaien. Het enige voordeel van een lokale DNS server is
dat hij DNS lookups kan opslaan in zijn cache, zodat ze de volgende keer
sneller gaan.
Zoals tot nu toe gebleken is, heb je veel programma's nodig om meerdere Linux machines in een netwerk te hangen. Dat heeft direct als voordeel dat je die programma's ook op verschillende servers kunt draaien. De belasting van de afzonderlijke machines neemt dan af. Hier is een klein overzicht van de servers die je kunt maken:
Voor je echter zover bent dat je zoveel aparte servers nodig hebt, heb je al een enorm groot netwerk, en zit je op de foute pagina ;-)